Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Terug naar nieuwsoverzicht

Uitspraak inzake generieke TUG-ontheffing Zeeland; beroep gegrond verklaard!

1 augustus 2017

Paramotorvliegen

De KNVvL is verheugd met de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarmee het bezwaar tegen de gedeeltelijke weigering van een TUG gegrond is verklaard. Luchtvaartjurist en voorzitter KNVvL Ronald Schnitker, heeft het beroep ingesteld namens Erik Chute Store. Ook Pim van Asch heeft juridische bijstand geleverd.

Doordat Gedeputeerde Staten Zeeland naar aanleiding van de uitspraak d.d. 15 maart 2016 van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant niet tijdig een hernieuwde beslissing heeft genomen, waarbij tevens een opgelegde last onder dwangsom door provincie is verbeurd, is in mei 2017 bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant opnieuw een beroepsprocedure gestart.

Inhoud bezwaar

Tijdens deze procedure is bezwaar gemaakt tegen de gedeeltelijke weigering van een ontheffing voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffing) van terreinen in de provincie Zeeland ten behoeve van stars en landingen met een gemotoriseerd schermvliegtuig

Behandeling

De rechtbank heeft het beroep vereenvoudigd behandeld. Dit betekent dat het onderzoek in de zaak is gesloten en dat op 28 juli 2017 zonder behandeling ter zitting uitspraak is gedaan.

Uitspraak

De rechtbank is van mening dat de voorafgaande procedures al erg lang hebben geduurd en GS voldoende tijd heeft gehad om gedegen akoestisch onderzoek te kunnen doen. In het verzoek van het college om een termijn tot 1 september 2017 om nieuwe geluidsmetingen te laten plaatsvinden ziet de rechtbank geen aanleiding om een langere termijn dan twee weken te stellen.

De rechtbank heeft beslist:

1)      dat het beroep gegrond is;

2)      dat het college binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak van 28 juli 2017 alsnog een beslissing op bezwaar bekend dient te maken;

3)      dat het college aan eiser een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de termijn van twee weken wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-;

4)      dat het college het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiser dient te vergoeden.

Deel dit artikel: Facebook Twitter

Naam
E-mailadres

locaties meer info