Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Hobbypiloot heeft in Nederland steeds minder ruimte

26 februari 2017

Afdelingen

Bericht van Nu.nl.  De recreatieve luchtvaart heeft in Nederland steeds minder ruimte door wet- en regelgeving en door obstakels op de grond, zoals hogere windmolens.

Dat zegt Michaël Tefsen, voorzitter van de afdeling gemotoriseerd vliegen bij de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) tegen NU.nl.

Volgens Tefsen krijgen hobbyvliegers een steeds kleiner deel van het luchtruim toebedeeld, doordat de commerciële luchtvaart een steeds groter gedeelte van het luchtruim in beslag neemt. De ondergrens van de zogenoemde terminal control area's (TMA's), het gedeelte van het luchtruim wat alleen ter beschikking staat van de grote luchtvaart, komt namelijk steeds lager te liggen.

Recent bleek uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het aantal vliegtuigbewegingen op kleine luchthavens in Nederland opnieuw is afgenomen in 2016. Het gaat dan om vliegvelden bij Budel, Texel, Ameland, Midden-Zeeland, Seppe, Teuge, Drachten, Hilversum, Hoogeveen en Lelystad.

Een zorgelijke ontwikkeling, vindt Tefsen. "De toekomst ziet er niet heel goed uit. Ook voor beroepspiloten in Nederland is dit een punt. Het niveau van de Nederlandse vliegers is hoog aangeschreven. Die jongens zijn ook allemaal klein begonnen. Als je de bron laat opdrogen, is dat een behoorlijk item."

Dalende trend

Het totale aantal vliegtuigbewegingen kwam vorig jaar uit op 332.739, tegenover 337.266 in 2015. Al sinds 2011 is sprake van een dalende trend. Op vliegveld Budel vonden vorig jaar met 46.157 de meeste vluchten plaats. Hilversum en Teuge staan op de tweede en derde plaats. Drachten bungelt met 4.380 vliegtuigbewegingen onderaan.

"De hele kleintjes, Middenmeer en Stadskanaal, worden niet meegenomen in de cijfers. Daar kun je de kosten voor de landingen afkopen in de contributie, dus daar worden nog behoorlijke bewegingen gemaakt", zegt Tefsen.

Kleine, lokale vliegvelden worden vooral gebruikt voor zogenoemde general aviation van zowel recreatieve als commerciële aard. Hieronder vallen niet alleen hobby-, zaken- en rondvluchten, maar ook activiteiten als ballonvaren, parachutespringen en zweefvliegen. Ook worden er vliegtrainingen gegeven.

Natuurgebieden

De recreatieve luchtvaart heeft in Nederland verder onder meer te maken met relatief veel natuurgebieden waarboven niet gevlogen mag worden. Daarnaast lopen hobbyvliegers tegen een gedragscode aan. "Logisch dat mensen soms denken: dan maar stoppen met vliegen. En ook de crisis heeft een rol gespeeld."

Bovendien zijn landingen in Nederland veel duurder dan in het buitenland. "In Duitsland bijvoorbeeld betaal je ongeveer 5 euro, hier 25 euro. Landingen zijn vrij kostbaar, dus blijven vliegers liever in de lucht in plaats van een tussenstop te maken."

Verder is er ook in de luchtvaart sprake van vergrijzing, signaleert Tefsen. "Veel jongelui zitten toch liever met de flight simulator op de bank. Er gebeurt minder in verenigingsverband. Je ziet in de recreatieve luchtvaart toch veelal 40-plussers die er wat geld voor over hebben."

Bij provincies heeft het bevorderen van recreatieve luchtvaart ondertussen geen prioriteit. "In het buitenland is het onderdeel van de gemeenschap, daar moet een beetje dorp een vliegveldje hebben, in Nederland wordt het vooral gezien als rijkeluishobby", zegt Tefsen. "Aan de westkant van Nederland is bijna niets te vinden aan vliegvelden."

Door: NU.nl/Marijke Verhaar

Deel dit artikel: Facebook Twitter

Naam
E-mailadres

locaties meer info