Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Erik Chute Store vs provincie Zeeland

Samenvatting uitspraak
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 december 2014 uitspraak gedaan in het op 21 november 2014 behandelde bezwaar van Erik Chute Store inzake een door de provincie geweigerde verstrekking generieke TUG-ontheffing.

De Rechtbank verwijst onder meer naar de uitspraak van 6 maart 2014 in de zaak Paramotorclub Holland vs provincie Zeeland. Waarin onder andere geoordeeld wordt dat het in de TUG-beleidsregel neergelegde beleid de toets aan artikel 3:4 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet kan doorstaan. Op grond van dit artikel mogen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Naar aanleiding van de uitspraak van 6 maart 2014 heeft de provincie Zeeland een nieuwe belangenafweging gemaakt.

Deze heeft geleid tot een dezelfde conclusie. Daarom is artikel 7 eerste lid van de beleidsregel, waarin is bepaald dat een aanvraag om een generieke TUG-ontheffing ten behoeve van gemotoriseerde luchtsporten wordt geweigerd, niet gewijzigd.

De provincie Zeeland heeft een luchtvaartkaart samengesteld waarin gebieden staan waar wel of geen TUG's toegestaan zijn.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat de Luchtvaartkaart is gebaseerd op de hoeveelheid geluid geproduceerd door een helikopter. De Rechtbank is van oordeel dat het geluid afkomstig van een gemotoriseerd schermvliegtuig niet één-op-één kan worden vergeleken met het geluid afkomstig van een helikopter.

Verder blijkt volgens de Rechtbank uit de gewijzigde toelichting niet, dat er sprake is van een belangenafweging tussen de verschillende soorten van gemotoriseerde luchtsporten.

Gelet hierop komt de Rechtbank tot de conclusie dat eveneens het gewijzigde beleid de toets aan artikel 3:4 tweede lid van de Awb niet kan doorstaan en daardoor het beleid als onredelijk moet worden aangemerkt.

Daarnaast, naar het oordeel van de Rechtbank valt een gemotoriseerd schermvliegtuig onder het begrip ‘zweeftoestel’ als bedoeld in artikel 20 onder h van het Besluit burgerluchthavens.

Gelet op de formulering van artikel 8a.50 van de Wet luchtvaart, gelezen in samenhang met artikel 20 onder h van het Besluit burgerluchthavens is het opnemen van voorschriften in de TUG-ontheffing voor de landing van gemotoriseerde schermvliegtuigen op grond van deze artikelen niet mogelijk.

De Rechtbank verklaart het beroep van Erik Chute Store gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij (1) het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland heeft geweigerd de TUG-ontheffing te verlenen en (2) het college bij de gedeeltelijke verlening van de TUG-ontheffing voorschriften heeft opgenomen inzake de landing van de gemotoriseerde schermvliegtuigen.

Ten aanzien van het vernietigde gedeelte van het besluit onder (1) zal GS Zeeland een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van de uitspraak. Zij heeft hiervoor een termijn van 16 weken gekregen.

Ten aanzien van het vernietigde gedeelte van het besluit onder (2) zal GS Zeeland dit moeten betrekken bij het nieuw te nemen besluit.

GS Zeeland dient het griffierecht van € 165,- aan eiser te vergoeden. Daarnaast is zij veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.016,40.

Lees de uitspraak.

 

Deel dit artikel: Facebook Twitter