Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Paramotors

Paramotorvliegen heeft een eigen website: www.paramotorweb.nl. Op deze website staat in woord en beeld veel informatie voor o.a. paramotorvliegers, geïnteresseerden en ambtenaren bij de diverse overheden, die vanwege hun functie kennis nodig hebben van deze luchtsport. Ook de inschrijving voor theorie examens loopt via deze website.

Paramotors (vroeger: snorvliegtuigen, officieel: gemotoriseerde schermvliegtuigen) zijn luchtvaartuigen, waarbij de vlieger een parapente of scherm gebruikt om te vliegen. Dit scherm lijkt op een parachute, maar daar houdt de vergelijking dan ook op. Door gebruik te maken van een ruggedragen lichte motor met propeller kan er zelfstandig gestart worden. De benen zijn hierbij dus letterlijk het landingsgestel. Paramotors zijn geen MLA's, maar moeten aan de technische en milieu (geluids) eisen voldoen, die gesteld zijn aan MLA's (referentie: Regeling MLA/MLH/Schermvliegtuig).

In de Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en overige Terreinen (RVGLT) is een aparte paragraaf opgenomen voor “gemotoriseerde schermvliegtuigen”.

Een variant van paramotors is de zogenaamde Paramotortrike, driewielers met een zitje. Deze variant moet niet verward worden met de "Delta-trike". De Delta-trike is, in tegenstelling tot de paramotortrike, een MLA.

Door de compactheid van de uitrusting, het open gevoel om vrij in de buitenlucht te vliegen en de relatief lage aanschafkosten kent deze luchtsport een groei. Onder de paramotorvliegers zijn ook vliegers die in hun dagelijks leven actief zijn op verkeervliegtuigen, maar graag terug willen naar het ‘echte’ vliegen.

Op de grond draagt de piloot de motor, maar eenmaal gestart wordt zowel de motor als de piloot, die in een harnas zit, gedragen door de vleugel (schermvliegtuig). Hierdoor zit de piloot geheel vrij. De Paramotors vliegen gewoonlijk tussen de 36 en 60 km/u, afhankelijk van het type scherm.

De vliegregels zijn te vergelijken met die van de reguliere Kleine Luchtvaart.
Zo is de minimum vlieghoogte buiten aaneengesloten bebouwing 150m. Het is echter gebruikelijk om te vliegen op hoogtes rond de 200-250 meter.

Paramotorvliegen heeft ook beperkingen. Zo dient de start en de landing altijd recht tegen de wind in gemaakt te worden en kan er niet gestart worden als de wind harder waait dan een beginnende windkracht 3 (10kts).
Er wordt niet gevlogen als het regent. Het is dus een echte mooi weer sport, maar er wordt wel het hele jaar door gevlogen. Als het vriest hebben veel piloten elektrisch verwarmde kleding aan om lekker warm te blijven. Verwarmde handschoenen zijn dan pure noodzaak.

Het vliegen is in Nederland na jaren van lobbyen uiteindelijk in 2004 gelegaliseerd.
Sinds 1 juli 2015 zijn de voetgestarte varianten vrijgesteld van de verplichting een luchthavenregeling te hebben. Voor de paramotortrikes is de KNVvL nog bezig voor een juiste oplossing.
De paramotor dient ingeschreven te staan in het Luchtvaartregister .
De paramotor moet voldoen aan strenge eisen, waarbij naast constructie en klimgedrag ook de geproduceerde hoeveelheid geluid gemeten wordt. Zo mag een paramotor die vol gas vliegt op 500 voet, niet meer dan 60 dB op de grond waarneembaar geluid produceren.
Het zijn dezelfde eisen waar MLA’s ook aan moeten voldoen.

In Nederland worden de brevetten (het PGL) uitgegeven door het KNVvL Examinering Instituut (KEI). Deze organisatie mag het PGL (PoweredGlider License) afgeven.

De paramotorvliegscholen verzorgen de opleidingen.
Fase 1 van de opleiding bestaat uit basis theorie en groundhandling. Bij een normaal vliegtuig hoef je tijdens de start niet eerst het vliegtuig “op te zetten”. Er is dan immers sprake van een starre hoofdconstructie.  In het begin kost het veel energie om het scherm op te zetten en het op de juiste manier bij alle (geschikte) windcondities boven je te houden, zodat een start met gebruikmaking van de motor doorgezet zou kunnen worden.

Fase 2 van de opleiding begint bij je allereerste vlucht, die je meteen solo uitvoert. Uiteraard wel onder directe begeleiding van “preflight tot postflight” door je instructeur.
Er is voortdurend portofooncontact.
Fase 2 wordt afgesloten met de soloverklaring, waarmee je zelfstandig mag vliegen op een locatie waar een instructeur aanwezig is.

Fase 3 bereid je op het praktijkexamen voor en dus op volledig zelfstandig vliegen.
Uiteraard dien je dan ook geslaagd te zijn voor het theorie-examen.

Indien je interesse gewekt is, neem dan eens contact op met een KNVvL erkende opleiding voor een introductie les of een tandemvlucht.

Deel dit artikel: Facebook Twitter

Lid wordenMeer info

Lid worden van de grootste organisatie van luchtsporten? Klik hier.

MagazinesLEES MEER