Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Lieren

Midden jaren tachtig is een methode van starten geperfectioneerd die van groot belang voor ons vlaklandbewoners is. Natuurlijk zaten de "roots" van de sport ook al in het opgesleurd worden achter een speedboot of auto. Aanvankelijk bevestigde men de kabel aan het toestel, hetgeen tot ernstige ongelukken kon leiden, omdat gewichtsverplaatsing van de piloot zo veel minder effect had op de besturing. Toen ze echter de kabel gingen bevestigen aan de piloot zelf bleef de bestuurbaarheid gegarandeerd, terwijl door aanbrengen van een release (ontkoppel-inrichting) en het monteren van een breukstukje een veilige methode ontwikkeld werd.

Al spoedig werden er lieren gebouwd die helemaal waren toegesneden op het optrekken van zeilvliegtuigen, met belangrijke voorzieningen als vrijloop, traploos-opschakelmogelijkheid, en kapinstallatie. Zeilvlieginstructeurs leerden het apparaat bedienen, terwijl ook bij clubs mensen enthousiast een lier bouwden en er mee op pad gingen naar thermiekrijke plekken in ons land. In die jaren werd ook het zgn. traplieren ontwikkeld. Dat wil zeggen dat de piloot, wanneer hij zich op twee- tot driehonderd meter boven de lier bevindt, niet de kabel loskoppelt, maar met de kabel terugvliegt tot boven de plaats waar hij gestart is en aldus, bij de volgende trek, nog hoger opgetrokken kan worden. Dit kan hij enige malen herhalen en zo, bij voldoende lengte van de kabel, zelfs op een relatief klein veld toch een respectablee hoogte bereiken. Een piloot die eenmaal tot een paar honderd meter hoogte opgelierd is, kan weer op zoek naar thermiek om nog hoger te komen. Wie een aantal lierstarts onder begeleiding gemaakt heeft, kan op zijn brevet een lieraantekening krijgen. Op deze manier is het ook in Nederland mogelijk overlandvluchten te maken.

Deel dit artikel: Facebook Twitter

Naam
E-mailadres

locaties meer info