Officiële website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

Volg ons op  Twitter  Facebook  Vimeo  

Wijzigingen handboek Deltavliegen, 7 mei

===================================================================================

 

- Betreft: Eis voor geldig houden van Lierist aantekening

 

10.5 Brevetaantekeningen => Lierist, Art 23 punt 3, pagina 42

 

was:

De aantekening is na verlening 36 maanden geldig. Verlenging kan slechts geschieden bij 75 starts als Lierist in de laatste 36 maanden, door middel van het verlengen van het onderliggende brevet en het insturen van het aanvraagformulier verlengingen.

wordt:

De aantekening is na verlening 36 maanden geldig. Verlenging kan slechts geschieden bij 30 starts als Lierist in de laatste 36 maanden, door middel van <knip> het insturen van het aanvraagformulier verlengingen.

 

===================================================================================

 

Betreft: Eis voor geldig houden van Duo A / B

 

10.5 Brevetaantekeningen => Duovliegen A, Art. 25 punt 6 &

10.5 Brevetaantekeningen => Duovliegen B, Art. 26 punt 5

 

was: 

De aantekening is na verlening 36 maanden geldig. Verlenging kan slechts geschieden bij 30 hoogtevluchten als duopiloot in de laatste 36 maanden, waarvan 5 in de laatste 12 maanden, of een bekwaamheidsproef, door middel van het insturen van het aanvraagformulier verlengingen.

wordt: 

De aantekening is na verlening 36 maanden geldig. Verlenging kan slechts geschieden bij 15 hoogtevluchten als duopiloot in de laatste 36 maanden, waarvan 5 in de laatste 12 maanden, of een bekwaamheidsproef, door middel van het insturen van het aanvraagformulier verlengingen.

 

===================================================================================

 

Betreft: eis voor het behalen van Duo A / B

 

10.5 Brevetaantekeningen => Duovliegen A, Art 25 punt 5 &

10.5 Brevetaantekeningen => Duovliegen B, Art 26 punt 4

 

was: 

De proef bestaat uit twee achtereenvolgende, naar behoren voorbereide en uitgevoerde duovluchten met een B2/B3-piloot als passagier waarbij telkens minimaal circuit-hoogte wordt bereikt. Uit vier opeenvolgende landingen moeten drie correcte doellandingen worden gemaakt binnen 30 meter vanaf een vooraf vastgelegd doel.

wordt:

De proef bestaat uit vier achtereenvolgende, naar behoren voorbereide en uitgevoerde duovluchten met een B2/B3-piloot als passagier waarbij telkens minimaal circuit-hoogte wordt bereikt. Uit vier opeenvolgende landingen moeten drie correcte doellandingen worden gemaakt binnen 30 meter vanaf een vooraf vastgelegd doel.

 

===================================================================================

 

- Betreft: Hoogteeis voor behalen B2 met uitsluitend Lieren als aantekening

 

10.3 Brevet 2 => Eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring, Art 7, punt 3

 

was:

(...)

Bij een wens tot het behalen van het Brevet 2 met alléén een duinsoaraantekening vervallen de eisen m.b.t. het hoogteverschil. In dat geval geldt een richtlijn van 50 solovluchten van elk minimaal ongeveer 10 minuten.

(...)

wordt:

(...)

Bij een wens tot het behalen van het Brevet 2 met alléén een duinsoaraantekening vervallen de eisen m.b.t. het hoogteverschil. In dat geval geldt een richtlijn van 50 solovluchten van elk minimaal ongeveer 10 minuten.

Bij een wens tot het behalen van het Brevet 2 met alléén een lieraantekening vervallen de eisen m.b.t. het hoogteverschil. In dat geval geldt een richtlijn van 50 solovluchten van elk minimaal 100 meter.

(...)

 

===================================================================================

 

- Betreft: Toevoegen verenigingsinstructeur als degene die proef van bekwaamheid mag afnemen voor verlopen brevetten.

 

10.3 Brevet 2 => Geldigheid, Art 10, punt 3 &

10.5 Brevetaantekeningen => Geldigheid alle aantekeningen, Art 31, punt 2

 

was:

(...)

De ervaringseisen om het brevet 2 geldig te houden zijn: 

(...) of 

- een met succes afgelegde proef van bekwaamheid onder toezicht van een Instructeur met bevoegdheid voor de betreffende starttechniek.

wordt:

(...)

De ervaringseisen om het brevet 2 of 3 geldig te houden zijn: 

(...) of 

- een met succes afgelegde proef van bekwaamheid onder toezicht van een Instructeur of Verenigingsinstructeur met bevoegdheid voor de betreffende starttechniek.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

10.5 Brevetaantekeningen, Aantekeningen Brevet 2, Art. 16, punt 2

 

was:

Voor alle aantekeningen kan een Instructeur of Waarnemer het vereiste aantal hoogtevluchten indien gewenst aanpassen aan het niveau van de cursist en dient dit te noteren op de takenlijst bij het aftekenen van deze taak. 

wordt:

Voor alle aantekeningen kan een Instructeur of Verenigingsinstructeur het vereiste aantal hoogtevluchten indien gewenst aanpassen aan het niveau van de cursist en dient dit te noteren op de takenlijst bij het aftekenen van deze taak. 

 

===================================================================================

 

Betreft: Bevoegdheden Waarnemers

 

10.5 Brevetaantekeningen => Waarnemer, Art 29, punt 2

 

was:

2. De aantekening Waarnemer geeft de bevoegdheid tot het aftekenen van vluchten van piloten met brevet 2 voor de ervaringseisen voor het behalen van het brevet 3.

3. De Waarnemer is nadrukkelijk niet bevoegd om instructie te geven.

wordt:

2. De aantekening Waarnemer Bergvliegen/Lieren/Slepen/Duinsoaren geeft de bevoegdheid tot het aftekenen van vluchten van piloten met brevet 2 voor de ervaringseisen voor het behalen van het brevet 3. De Waarnemer Bergvliegen/Lieren/Slepen/Duinsoaren is nadrukkelijk niet bevoegd om instructie te geven.

- De aantekening Waarnemer Duovliegen geeft de bevoegdheid om een piloot met brevet 3 die zijn aantekening Duovliegen A of B wil behalen te begeleiden, zijn duo vluchten af te tekenen en de bekwaamheidsproef af te nemen.

- De aantekening Waarnemer Lierist geeft de bevoegdheid om een piloot die zijn aantekening Lierist wil behalen te begeleiden en zijn lierstarts als Lierist af te tekenen.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

10.5 Brevetaantekeningen => Lierist Art. 25, punt 2

 

was:

De bevoegdheid Lierist wordt toegekend bij 50 lierstarts als kandidaat-Lierist onder toezicht van een piloot met brevet 2 of 3 met aantekening Lierist , verdeeld over minimaal 5 dagen.

wordt:

De bevoegdheid Lierist wordt toegekend bij 50 lierstarts als kandidaat-Lierist onder toezicht van een piloot met de aantekening Waarnemer Lierist, verdeeld over minimaal 5 dagen.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

10.5 Brevetaantekeningen => Art. 26 Duovliegen A, punt 3 & 4

 

was:

3. De proef dient te worden afgenomen door een door de KNVvL, afdeling deltavliegen aangestelde Instructeur met de aantekening duovliegen. 

4. Tot de proef worden uitsluitend kandidaten toegelaten die:

- (...)

- na het verkrijgen van brevet 3 ten minste drie instructievluchten met een Instructeur met de aantekening duovliegen gemaakt hebben;

- na deze instructievluchten onder toezicht van een Instructeur duovliegen minstens vijf oefenvluchten gemaakt hebben met een B2/B3 piloot als passagier, waarbij telkens minimaal circuithoogte wordt bereikt;

wordt:

3. De proef dient te worden afgenomen door een door de KNVvL, afdeling deltavliegen aangestelde Instructeur met de aantekening duovliegen of Waarnemer Duovliegen.

4. Tot de proef worden uitsluitend kandidaten toegelaten die:

- (...)

- na het verkrijgen van brevet 3 ten minste drie instructievluchten met een Instructeur met de aantekening duovliegen of Waarnemer Duovliegen gemaakt hebben;

- na deze instructievluchten onder toezicht van een Instructeur duovliegen of Waarnemer Duovliegen minstens vijf oefenvluchten gemaakt hebben met een B2/B3 piloot als passagier, waarbij telkens minimaal circuithoogte wordt bereikt;

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

10.5 Brevetaantekeningen => Duovliegen B, Art 27, punt 3 (

 

was:

De proef dient te worden afgenomen door een daartoe door de KNVvL aangestelde Instructeur met de aantekening duovliegen .

wordt:

De proef dient te worden afgenomen door een daartoe door de KNVvL aangestelde Instructeur met de aantekening duovliegen of Waarnemer Duovliegen.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

10.4 Brevet 3 (Uitgebreid deltavliegbewijs => Eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring voor brevet 3, art. 12, punt 3.2 (pag. 36)

 

was:

Het maken van buitenlandingen waarbij alle aspecten voor een veilige buitenlanding in acht worden genomen waaronder m.n. inschatting wind (richting, sterkte en gradiënt), terreingesteldheid, vrije aanvliegbaarheid en eventuele obstakels: minimaal 5 correcte, zelfstandig uitgevoerde buitenlandingen (na een hoogtevlucht met een hoogteverschil tussen start en landing van minimaal 400m) onder toezicht en verantwoordelijkheid van een Instructeur die een zodanig goed zicht heeft op de landingen dat hij/zij kan beoordelen of die landingen correct zijn uitgevoerd. Dit is een richtlijn; de Instructeur mag het vereiste aantal landingen aanpassen aan het niveau van de cursist en dient dit dan te noteren op de takenlijst bij het aftekenen van deze taak.

wordt:

Het maken van buitenlandingen waarbij alle aspecten voor een veilige buitenlanding in acht worden genomen waaronder m.n. inschatting wind (richting, sterkte en gradiënt), terreingesteldheid, vrije aanvliegbaarheid en eventuele obstakels: minimaal 5 correcte, zelfstandig uitgevoerde buitenlandingen (na een hoogtevlucht met een hoogteverschil tussen start en landing van minimaal 400m) onder toezicht van een Instructeur, Club Instructeur of Waarnemer die een zodanig goed zicht heeft op de landingen dat hij/zij kan beoordelen of die landingen correct zijn uitgevoerd. Dit is een richtlijn; een Instructeur, Club Instructeur of Waarnemer mag het vereiste aantal landingen aanpassen aan het niveau van de cursist en dient dit dan te noteren op de takenlijst bij het aftekenen van deze taak.

 

===================================================================================

 

- Betreft: Periode waarin de vluchten voor de bergaantekening gevlogen moeten zijn.

 

10.5 Brevetaantekeningen => Bergvliegen, Art 19 punt 2, pagina 38

 

was:

De ervaringseis voor het behalen van de aantekening bergvliegen betreft in totaal 25 correct uitgevoerde solo-bergstarts waarvan 15 met hoogteverschil van minimaal 400m onder toezicht van een bevoegd Instructeur bergvliegen.

wordt:

De ervaringseis voor het behalen van de aantekening bergvliegen betreft in totaal 25 correct uitgevoerde solo-bergstarts in de laatste 36 maanden, waarvan 15 met hoogteverschil van minimaal 400m, onder toezicht van een bevoegd Instructeur bergvliegen.

 

===================================================================================

 

- Betreft: Inwerkingreding

 

10.9 Slotbepalingen => Inwerkingtreding, Artikel 48, pag 49

 

was:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 maart 2017.

wordt:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 juni 2017.

 

===================================================================================

Deel dit artikel: Facebook Twitter

Naam
E-mailadres

locaties meer info